Onderwerp – Covershots

Alle vijf de vuistregels hebben een ander effect als het een interview betreft of als het over covershots gaat. Covershots of plakshots of extra beeld of mini-verhalen of sequences of hoe je het ook noemt, zijn essentieel voor een goed TV-item. Ik merk vooral bij studenten dat ze vaak te weinig covershots hebben opgenomen en ook zelf kom ik vaak tijdens de montage erachter dat ik graag dat ene shot nog had gehad.

Het menselijke oog werkt anders dan een videocamera. Wij filteren als we kijken een hele hoop informatie uit beeld weg. We kunnen een extreme focus hebben op het onderwerp en de rest van het plaatje vergeet ons brein voor het gemak even. De camera vergeet niks en filmt het hele kader, top tot teen, van links tot rechts. In je zoeker denk je soms: wow, ik heb dat onderwerp echt goed in beeld! In de montage blijkt dan vaak dat er stiekem iets heel anders enorm de aandacht trekt in het shot. Iets dat je brein op dat moment heeft genegeerd. Dat kan een brandblusser zijn, een persoon die intens in de camera kijkt, van alles. Tip is dus om als je door je zoeker kijkt, dat heel intens en vol aandacht te doen. Van linksboven tot rechtsonder. Pas dan je kader aan zodat je echt zeker weet dat het onderwerp van dit shot alle onverdeelde aandacht heeft.

Whoops! Ben ik in beeld?

Een toevallige voorbijganger die ineens de aandacht trekt

Filmer in beeld

De politie is het onderwerp, toch? Of misschien de cameraploeg die toevallig in de reflectie te zien is…..

Iedere cameraman kan natuurlijk een keer verrast worden door iets onverwachts in beeld. Iets dat je tijdens het filmen hebt gemist en in de montage pas ziet. De oplossing is genoeg beeld opnemen. Altijd net even te veel. Beter mee verlegen dan om verlegen!

Hierbij gelden uiteraard ook de regels van beeldtaal en Gestalt. Denk vooral aan de wet van de eenvoud: probeer niet te veel in een shot. Neem de tijd, behandel elk onderdeel van je verhaal apart. Ook de wet van de nabijheid is van belang. Maak connecties of juist niet. Wat met elkaar te maken heeft moet bij elkaar staan.

Vijf vuistregels

Dit is de basis van mijn tips over goed TV maken. Vijf vuistregels waar elk shot aan moet voldoen.

1. Onderwerp. Logisch. Elk shot heeft een onderwerp. Toch? Nou, soms zie ik bij covershots / plakshots helemaal geen onderwerp in beeld. Dan is er zomaar wat opgenomen. Het onderwerp is het belangrijkste. Dat moet de meeste aandacht trekken van je shot. Het hoeft niet meteen het hele scherm te vullen, maar er hoort geen onduidelijkheid te zijn waar dit beeld nu over gaat. Kijk nog eens goed naar je shot. Waar denk je meteen aan? Is dat je onderwerp? Mooi. Goed!

2. Sfeer. Een onderwerp bestaat normaal gesproken niet in een vacuum. Er is iets omheen dat met dat onderwerp te maken heeft, de sfeer. Een bakker film je in de bakkerij, een item over dieren bevat shots van een hele hoop dieren. Een kale muur, een lege straat zegt niks. Zorg dat er iets interessants, liefst relevant voor het onderwerp in beeld te zien is.

3. Beweging. Dit blog, mijn lessen, mijn werk gaat over televisie. Niet fotografie. Er moet dus altijd iets bewegen, anders is het een foto. Als mensen praten bewegen ze, dus dat zit goed. Als je een covershot filmt, zie je liever iets bewegen dan niet. Mensen, dieren, wind, natuur, alles beweegt. Laat het zien. Als er dan toevallig echt niks beweegt, beweeg je de camera. RUSTIG!

4. Licht. Er moet voldoende licht zijn om te filmen. In een donker theater kun je zonder lamp op je camera niks op beeld krijgen. Maar te veel licht is ook niet ideaal. Overbelichting op een zonnige dag in een hagelwitte ruimte levert ook problemen op. Daarnaast moet ook het juiste van je shot goed belicht zijn. Dus niet je onderwerp in de schaduw en de rest lekker in de zon. Blijf opletten dat alles goed zichtbaar is.

5. Geluid. Tijdens een interview controleer je via je koptelefoon of alles goed te verstaan is. Hopelijk sta je in een redelijk rustige ruimte, of heb je alles goed ingesteld dat de herrie op de achtergrond niet het interview overstemd. Bij covershots neem je ALTIJD het achtergrond geluid op en in de montage zorg je dat dat zachtjes te horen is.

Als je bij elk shot deze vijf dingen even na loopt is de kans dat het materiaal bruikbaar is erg groot. Mis je wat op een van deze punten, dan gaat het vaak nog goed. Gaat er iets op meer punten mis, is de kans erg aanwezig dat je het opgenomen materiaal niet kunt gebruiken. Zonde van iedereen zijn tijd.