Onderwerp – Interview kader

Bij een interview is het kader van groot belang. Wat staat er wel in beeld en wat juist niet.

  • De persoon die wordt geïnterviewd staat uiteraard in beeld. In ieder geval zijn beide schouders zichtbaar en (indien aanwezig) het haar op het hoofd. “Klem” in beeld is een kwestie van smaak.

    Klem aan de bovenkant. Mooi of niet? Puur smaak.

    Klem aan de bovenkant. Mooi of niet? Puur smaak. Schouders zijn altijd in beeld.

  • De microfoon mag in beeld. Audio is belangrijk dus als het nodig is voor het geluid is een microfoon in beeld geen probleem. Als je een plopkap met de naam van je omroep of programma hebt, dan moet de microfoon in beeld.plopkappen
  • Kijkrichting is van groot belang. De bron moet in ieder geval niet omhoog of omlaag kijken naar de verslaggever, maar rechtuit kijken. Dat betekent dat je als kleine verslaggever soms moet zoeken naar een krukje of een verhoging of beide moet gaan zitten. Als lange verslaggever ga je soms in spreidstand staan of zelfs op je knieën of ook samen gaan zitten.
    Een bron film je ook niet van boven of van onder. De camera staat op ooghoogte, dus pas je statief daar op aan. Ja, elke keer opnieuw, ook als je een reeks aan straatinterviews opneemt.
  • Kijkrichting links of rechts is ook nog relevant. De bron is in ieder geval met twee ogen in beeld en kijkt vlak langs de camera. Als verslaggever sta je dus met je hoofd langs de camera vragen te stellen. De bron staat nooit midden in beeld, maar altijd links of rechts. Als de bron aan de rechter kant staat is er links meer ruimte in het kader en als de bron links in beeld staat is er rechts meer ruimte in beeld.Schermafbeelding 2016-03-05 om 22.13.41 Schermafbeelding 2016-03-05 om 22.14.13
  • Achter de bron is iets interessants te zien. Hier ga ik verder op in in een andere post over sfeer bij een interview. Belangrijk is in ieder geval dat het geen plat shot is en zeker niet tegen een spierwitte muur.
  • Een van mijn vijf vuistregels is beweging. Bij een interview hoeft juist niet zo heel veel te bewegen. Er mag wel wat te zien zijn achter de bron, zie post over sfeer, maar het moet niet afleiden. De camera hoeft al helemaal niet te bewegen. Kies het kader, zorg dat alles goed staat en blijf dan van de camera af. Als je bron zelf heel bewegelijk is, overleg dat dan en probeer het zo op te lossen. Lukt dat niet, volg de bron dan met de camera, maar doe het vooral erg rustig.
    Inzoomen zou kunnen, maar is een geavanceerde techniek. Het is lastig en zegt ook een hoop naar de kijker. Inzoomen betekent: hier gaat het om! Spanning! Emotie! Uitzoomen betekent: dit is niet belangrijk. Ontspanning.
    Je weet vooraf niet zeker of het antwoord van de bron gaat passen bij deze cameratechniek. Ik adviseer dan ook om hier niet snel mee te experimenteren.
  • Je bron is goed belicht. Let daarbij heel goed op tegenlicht. Een bron voor een raam zetten kan op camera er soms best acceptabel uitzien, maar dat is het voor de kijker echt niet! Nooit doen!
    Niet voor het raam!

    Niet voor het raam!

    Bij mensen met een blanke huidskleur is het opletten dat je niet overbelicht. Bij mensen met een donkere huidskleur is het opletten dat je shot niet onderbelicht is.

    Prima belichting

    Prima belichting

Onderwerp – Covershots

Alle vijf de vuistregels hebben een ander effect als het een interview betreft of als het over covershots gaat. Covershots of plakshots of extra beeld of mini-verhalen of sequences of hoe je het ook noemt, zijn essentieel voor een goed TV-item. Ik merk vooral bij studenten dat ze vaak te weinig covershots hebben opgenomen en ook zelf kom ik vaak tijdens de montage erachter dat ik graag dat ene shot nog had gehad.

Het menselijke oog werkt anders dan een videocamera. Wij filteren als we kijken een hele hoop informatie uit beeld weg. We kunnen een extreme focus hebben op het onderwerp en de rest van het plaatje vergeet ons brein voor het gemak even. De camera vergeet niks en filmt het hele kader, top tot teen, van links tot rechts. In je zoeker denk je soms: wow, ik heb dat onderwerp echt goed in beeld! In de montage blijkt dan vaak dat er stiekem iets heel anders enorm de aandacht trekt in het shot. Iets dat je brein op dat moment heeft genegeerd. Dat kan een brandblusser zijn, een persoon die intens in de camera kijkt, van alles. Tip is dus om als je door je zoeker kijkt, dat heel intens en vol aandacht te doen. Van linksboven tot rechtsonder. Pas dan je kader aan zodat je echt zeker weet dat het onderwerp van dit shot alle onverdeelde aandacht heeft.

Whoops! Ben ik in beeld?

Een toevallige voorbijganger die ineens de aandacht trekt

Filmer in beeld

De politie is het onderwerp, toch? Of misschien de cameraploeg die toevallig in de reflectie te zien is…..

Iedere cameraman kan natuurlijk een keer verrast worden door iets onverwachts in beeld. Iets dat je tijdens het filmen hebt gemist en in de montage pas ziet. De oplossing is genoeg beeld opnemen. Altijd net even te veel. Beter mee verlegen dan om verlegen!

Hierbij gelden uiteraard ook de regels van beeldtaal en Gestalt. Denk vooral aan de wet van de eenvoud: probeer niet te veel in een shot. Neem de tijd, behandel elk onderdeel van je verhaal apart. Ook de wet van de nabijheid is van belang. Maak connecties of juist niet. Wat met elkaar te maken heeft moet bij elkaar staan.