Sfeer – Covershots

Covershots moeten het verhaal dat je montage vertelt ondersteunen. Dat doe je door een logisch beeldverhaal te maken van de extra beelden die je opneemt. Hoe logischer dat beeldverhaal is, hoe minder denkkracht het kost van je kijker. Die kan zich tijdens die beelden goed op de quotes of voice-over richten.

De covershots moeten ondersteunend zijn voor het verhaal dat de voice-over of de quotes op dat moment vertellen. Hierbij is sfeer van essentieel belang. Denk hier aan de schaar van wember die kortweg zegt dat tekst en beeld een bepaalde relatie moeten hebben. Niet los van elkaar en niet exact hetzelfde, de schaar moet half-open staan.

Van groot belang is ook een variatie aan covershots te gebruiken. Die variatie kan bereikt worden door diverse type shots te maken. Denk daarbij aan totaal, medium en close-ups. Vooral veel close-ups. Varieer ook in cameraposities: kikkerperspectief, vogelperspectief. Wees niet bang een keer op de grond te gaan liggen of op een tafel te gaan staan voor een mooi shot.

In de montage zul je merken dat het vaak lastig is om een twee totaal shots, twee medium shots en die combinaties na elkaar te monteren. De beelden lijken vaak op elkaar als er niet creatief is omgegaan met cameraposities. De oplossing hiervoor is meer close-ups maken. Een close-up past prima na een ander close-up en past ook goed na een totaal of een medium en omgekeerd. Ze zijn vaak het lastigst om te maken, maar het fijnst om mee te monteren.

Sfeer – Interview

Bij een interview voor TV is de sfeer van het shot van groot belang. Het onderwerp komt beter tot z’n recht als de bron in een juiste sfeervolle situatie in beeld is. Als docent aan de Hogeschool Utrecht heb ik begrip voor mijn studenten die vaak al heel blij zijn dat een bron mee wil werken. De volgende stap is om die bron op een sfeervolle locatie te krijgen voor het interview. Dat is vaak erg lastig vanwege de extra tijd en moeite die daarmee gemoeid is. Bedenkt daarbij dat een bron altijd een belang heeft om mee te werken. Speel als journalist in op dat belang en laat zien dat een goede sfeer tijdens het interview de bron er alleen maar beter uit laat zien. Het is in het belang van de bron dat diegene er zo goed mogelijk op staat, dus beter in een mooie sfeervolle plek.

Een sfeervolle plek heeft vooral te maken met de functie van de bron in het item dat je maakt. Een docent interviewen over zijn leerlingen op een opleiding tot kok plaats je het liefst in een keuken met leerlingen.

Screen Shot 2016-03-10 at 20.36.21

Een wijnboer die over zijn wijn praat interview je niet op kantoor of voor een witte muur, nee die plaats je uiteraard midden in zijn wijngaard.

Screen Shot 2016-03-10 at 20.38.14

Al dan niet met de juiste benodigdheden in beeld. Een wethouder interviewen doe je op het stadhuis. Toch? Nee! Die neem je mee naar een plek over het onderwerp waar het item over gaat. Gaat het over woningbouw: de straat op met die bron. Gaat het over afval: samen naar de vuilnisbelt. Kun je meteen prachtige extra covershots opnemen!

Screen Shot 2016-03-10 at 20.39.29

Soms is het niet anders. Dan is er simpelweg geen tijd om naar een mooie plek te gaan of is het onderwerp slecht te visualiseren. Dan nog steeds niet iemand voor een witte muur plaatsen! Probeer op zo’n kantoor nog het beste er van te maken.

Screen Shot 2016-03-10 at 20.40.17

Zo sleep ik altijd nog een plant het shot in. Of probeer ik de achtergrond te breken met diverse soorten wit zoals in het shot hierboven. Alles om die witte muur te vermijden. Alles doen om sfeer in het item te krijgen. De kijker heeft er recht op!

Denk vooral aan de beeldtaal regels zoals wet van voorgrond en achtergrond. Vooral als je een witte muur als achtergrond hebt en een spreker in een wit overhemd, is er kans dat voor- en achtergrond één geheel lijken te vormen.

Onderwerp – Interview kader

Bij een interview is het kader van groot belang. Wat staat er wel in beeld en wat juist niet.

  • De persoon die wordt geïnterviewd staat uiteraard in beeld. In ieder geval zijn beide schouders zichtbaar en (indien aanwezig) het haar op het hoofd. “Klem” in beeld is een kwestie van smaak.

    Klem aan de bovenkant. Mooi of niet? Puur smaak.

    Klem aan de bovenkant. Mooi of niet? Puur smaak. Schouders zijn altijd in beeld.

  • De microfoon mag in beeld. Audio is belangrijk dus als het nodig is voor het geluid is een microfoon in beeld geen probleem. Als je een plopkap met de naam van je omroep of programma hebt, dan moet de microfoon in beeld.plopkappen
  • Kijkrichting is van groot belang. De bron moet in ieder geval niet omhoog of omlaag kijken naar de verslaggever, maar rechtuit kijken. Dat betekent dat je als kleine verslaggever soms moet zoeken naar een krukje of een verhoging of beide moet gaan zitten. Als lange verslaggever ga je soms in spreidstand staan of zelfs op je knieën of ook samen gaan zitten.
    Een bron film je ook niet van boven of van onder. De camera staat op ooghoogte, dus pas je statief daar op aan. Ja, elke keer opnieuw, ook als je een reeks aan straatinterviews opneemt.
  • Kijkrichting links of rechts is ook nog relevant. De bron is in ieder geval met twee ogen in beeld en kijkt vlak langs de camera. Als verslaggever sta je dus met je hoofd langs de camera vragen te stellen. De bron staat nooit midden in beeld, maar altijd links of rechts. Als de bron aan de rechter kant staat is er links meer ruimte in het kader en als de bron links in beeld staat is er rechts meer ruimte in beeld.Schermafbeelding 2016-03-05 om 22.13.41 Schermafbeelding 2016-03-05 om 22.14.13
  • Achter de bron is iets interessants te zien. Hier ga ik verder op in in een andere post over sfeer bij een interview. Belangrijk is in ieder geval dat het geen plat shot is en zeker niet tegen een spierwitte muur.
  • Een van mijn vijf vuistregels is beweging. Bij een interview hoeft juist niet zo heel veel te bewegen. Er mag wel wat te zien zijn achter de bron, zie post over sfeer, maar het moet niet afleiden. De camera hoeft al helemaal niet te bewegen. Kies het kader, zorg dat alles goed staat en blijf dan van de camera af. Als je bron zelf heel bewegelijk is, overleg dat dan en probeer het zo op te lossen. Lukt dat niet, volg de bron dan met de camera, maar doe het vooral erg rustig.
    Inzoomen zou kunnen, maar is een geavanceerde techniek. Het is lastig en zegt ook een hoop naar de kijker. Inzoomen betekent: hier gaat het om! Spanning! Emotie! Uitzoomen betekent: dit is niet belangrijk. Ontspanning.
    Je weet vooraf niet zeker of het antwoord van de bron gaat passen bij deze cameratechniek. Ik adviseer dan ook om hier niet snel mee te experimenteren.
  • Je bron is goed belicht. Let daarbij heel goed op tegenlicht. Een bron voor een raam zetten kan op camera er soms best acceptabel uitzien, maar dat is het voor de kijker echt niet! Nooit doen!
    Niet voor het raam!

    Niet voor het raam!

    Bij mensen met een blanke huidskleur is het opletten dat je niet overbelicht. Bij mensen met een donkere huidskleur is het opletten dat je shot niet onderbelicht is.

    Prima belichting

    Prima belichting

Onderwerp – Covershots

Alle vijf de vuistregels hebben een ander effect als het een interview betreft of als het over covershots gaat. Covershots of plakshots of extra beeld of mini-verhalen of sequences of hoe je het ook noemt, zijn essentieel voor een goed TV-item. Ik merk vooral bij studenten dat ze vaak te weinig covershots hebben opgenomen en ook zelf kom ik vaak tijdens de montage erachter dat ik graag dat ene shot nog had gehad.

Het menselijke oog werkt anders dan een videocamera. Wij filteren als we kijken een hele hoop informatie uit beeld weg. We kunnen een extreme focus hebben op het onderwerp en de rest van het plaatje vergeet ons brein voor het gemak even. De camera vergeet niks en filmt het hele kader, top tot teen, van links tot rechts. In je zoeker denk je soms: wow, ik heb dat onderwerp echt goed in beeld! In de montage blijkt dan vaak dat er stiekem iets heel anders enorm de aandacht trekt in het shot. Iets dat je brein op dat moment heeft genegeerd. Dat kan een brandblusser zijn, een persoon die intens in de camera kijkt, van alles. Tip is dus om als je door je zoeker kijkt, dat heel intens en vol aandacht te doen. Van linksboven tot rechtsonder. Pas dan je kader aan zodat je echt zeker weet dat het onderwerp van dit shot alle onverdeelde aandacht heeft.

Whoops! Ben ik in beeld?

Een toevallige voorbijganger die ineens de aandacht trekt

Filmer in beeld

De politie is het onderwerp, toch? Of misschien de cameraploeg die toevallig in de reflectie te zien is…..

Iedere cameraman kan natuurlijk een keer verrast worden door iets onverwachts in beeld. Iets dat je tijdens het filmen hebt gemist en in de montage pas ziet. De oplossing is genoeg beeld opnemen. Altijd net even te veel. Beter mee verlegen dan om verlegen!

Hierbij gelden uiteraard ook de regels van beeldtaal en Gestalt. Denk vooral aan de wet van de eenvoud: probeer niet te veel in een shot. Neem de tijd, behandel elk onderdeel van je verhaal apart. Ook de wet van de nabijheid is van belang. Maak connecties of juist niet. Wat met elkaar te maken heeft moet bij elkaar staan.

Vijf vuistregels

Dit is de basis van mijn tips over goed TV maken. Vijf vuistregels waar elk shot aan moet voldoen.

1. Onderwerp. Logisch. Elk shot heeft een onderwerp. Toch? Nou, soms zie ik bij covershots / plakshots helemaal geen onderwerp in beeld. Dan is er zomaar wat opgenomen. Het onderwerp is het belangrijkste. Dat moet de meeste aandacht trekken van je shot. Het hoeft niet meteen het hele scherm te vullen, maar er hoort geen onduidelijkheid te zijn waar dit beeld nu over gaat. Kijk nog eens goed naar je shot. Waar denk je meteen aan? Is dat je onderwerp? Mooi. Goed!

2. Sfeer. Een onderwerp bestaat normaal gesproken niet in een vacuum. Er is iets omheen dat met dat onderwerp te maken heeft, de sfeer. Een bakker film je in de bakkerij, een item over dieren bevat shots van een hele hoop dieren. Een kale muur, een lege straat zegt niks. Zorg dat er iets interessants, liefst relevant voor het onderwerp in beeld te zien is.

3. Beweging. Dit blog, mijn lessen, mijn werk gaat over televisie. Niet fotografie. Er moet dus altijd iets bewegen, anders is het een foto. Als mensen praten bewegen ze, dus dat zit goed. Als je een covershot filmt, zie je liever iets bewegen dan niet. Mensen, dieren, wind, natuur, alles beweegt. Laat het zien. Als er dan toevallig echt niks beweegt, beweeg je de camera. RUSTIG!

4. Licht. Er moet voldoende licht zijn om te filmen. In een donker theater kun je zonder lamp op je camera niks op beeld krijgen. Maar te veel licht is ook niet ideaal. Overbelichting op een zonnige dag in een hagelwitte ruimte levert ook problemen op. Daarnaast moet ook het juiste van je shot goed belicht zijn. Dus niet je onderwerp in de schaduw en de rest lekker in de zon. Blijf opletten dat alles goed zichtbaar is.

5. Geluid. Tijdens een interview controleer je via je koptelefoon of alles goed te verstaan is. Hopelijk sta je in een redelijk rustige ruimte, of heb je alles goed ingesteld dat de herrie op de achtergrond niet het interview overstemd. Bij covershots neem je ALTIJD het achtergrond geluid op en in de montage zorg je dat dat zachtjes te horen is.

Als je bij elk shot deze vijf dingen even na loopt is de kans dat het materiaal bruikbaar is erg groot. Mis je wat op een van deze punten, dan gaat het vaak nog goed. Gaat er iets op meer punten mis, is de kans erg aanwezig dat je het opgenomen materiaal niet kunt gebruiken. Zonde van iedereen zijn tijd.